Help, ik moet tegenwoordig mijn ‘gametijd’ plannen De problemen van een gamer die volwassen wordt4 minuten leestijd

Nee, bovenstaande titel is niet het nieuwe RTL-programma waarin John Williams mensen helpt hun eigen waardigheid te redden in een uit de hand gelopen relatie. En het volgt ook geen 16-jarige jongen die in de gevangenis belandt. Het gaat mogelijk over jou: in de twintig, erg gelukkig in een relatie en ogenschijnlijk alles voor elkaar.

Meer gesproken verhalen horen? Abonneer je op onze podcast Laadscherm Voorgelezen

Maar achter dat ideaalbeeld schuilt een first world problem dat ik eigenlijk moet erkennen, want het inplannen van mijn ‘gametijd’ begint steeds erger te worden. Ik ben 25, woon samen met mijn mooie vriendin in Amsterdam en werk iedere werkdag van 8.00 tot 16.30 uur. En ik ben/was fanatiek gamer.

Planmatig

Sinds ik een baan heb, merk ik dat ik werkelijk alles aan het plannen ben. Ik zorg ervoor dat ik stipt om 16.30 uur klaar ben – wat overigens voor complimenten op de werkvloer zorgt (“jij bent tenminste wel snel klaar met je werk!”) – en gelijk op de fiets stap, zodat ik om 17.00 uur thuis ben. Want dan kan ik bijvoorbeeld Final Fantasy XV spelen tot 18.30 uur, meestal het tijdstip dat ik moet gaan koken of dat mijn vriendin thuiskomt.

Dat ritme zorgt voor – zo lijkt het – ontzettend veel rust: iedere dag maar liefst(!) anderhalf uur gamen. Ik baal er ook echt van als ik een kwartier moet overwerken, omdat het dan van mijn ‘gametijd’ afgaat.

Dan denk je: je kunt toch lekker in de avond gamen? Dat gebeurt zelden, want in mijn hersenen aka mijn zelf opgelegde takenpakket is daar geen plek voor. Ik wil ook de krant en boeken lezen, series en films kijken, bieren met vrienden of gewoon met mijn vriendin een avondje op de bank hebben.

Gevaar

Met de gedachte dat ik toch mezelf nooit tevreden kan maken ga ik de mist in. Het is gevaarlijk zelfs.

Tenminste, dat vindt Sonja Lyubomirsky, auteur van het boek The How of Happiness. Zij heeft onderzoek gedaan naar hoe wij mensen gebruik maken van onze vrije tijd. Ik leg haar mijn situatie voor en zij kaatst de bal gelijk terug: waarom wil je überhaupt je vrije tijd indelen? Die had ik niet zien aankomen. Ik hoopte van Lyubomirsky de ultieme oplossing te krijgen, maar die hoop – terecht wel – heb ik nu opgegeven.

Uit onderzoek is namelijk gebleken dat mensen slecht zijn in het bedenken van dingen die ons gelukkig maken. “Ongelofelijk slecht zelfs”, aldus Lyubomirsky. Zelfs als het mij lukt om een week lang dingen te doen die ik wilde doen, zal ik zondagavond op de bank met de gedachte zitten dat er wellicht andere leuke dingen waren geweest om te doen.

En ja, dat klopt wel. Als ik een seizoen Narcos heb afgekeken, dan baal ik dat ik Uncharted niet heb uitgespeeld. Maar andersom is dat ook zo. Juist als je die gedachte blijft vasthouden, word je op een gegeven moment gewoon ongelukkig.

Een oplossing om dat te voorkomen is er zeker, zegt Lyubomirsky: “Het indelen van tijd is erg belangrijk, maar accepteren dat we per dag gelimiteerd vrije tijd hebben is nog belangrijker. Op die manier ga je meer genieten van de dingen die je doet.”

Mentale gezondheid

En gek genoeg zijn mijn klachten over mijn eigen vrijetijdsbesteding ook nog eens slecht voor mijn mentale gezondheid. Tenminste, dat zegt Piet van Gool, hoogleraar Human Performance Management aan de Technische Universiteit in Eindhoven. Die heeft samen met Esther Demerouti uitgezocht dat ook mensen met veel vrije tijd net zoveel mentale klachten kan hebben als mensen met te weinig vrije tijd. Denk hierbij aan burn-out klachten, uiteraard een groot probleem voor onze generatie (lees: millennials).

Je moet ook nuttige dingen gaan doen, schrijft Van Gool in zijn thesis ‘Onderzoek, werkstress, herstel en cultuur: de rol van vrijetijdsbesteding’. Sporten, of je het nou leuk vindt of niet, bevordert je mentale gezondheid en zorgt ervoor dat je je overige vrije tijd meer gaat waarderen. Na zo’n uurtje sporten zul je de rest van de dag ontzettend genieten van je vrije avond. Met gamen dus, bijvoorbeeld.

Ik vind het zelf moeilijk. Waar Lyubomirsky beweert dat je je vrijetijdsbesteding nooit ideaal kan zijn, adviseert Van Gool juist je je vrije tijd juist wel kunt verbeteren, zeg maar. Ik ben de twee weken geleden gestopt met het inplannen van mijn ‘gametijd’, en ben juist meer dan gemiddeld gaan gamen. Het minder focussen op mijn vrijetijdsbesteding heeft mij zeker minder stressvol gemaakt, maar dan nog: je zult nooit tevreden zijn. Want Final Fantasy heb ik nog steeds niet uitgespeeld.

Misschien moet ik ook een potje gaan voetballen.

Eke Bosman

Redacteur voor NU.nl en Shownieuws. In het verleden over games geschreven. Ook entrepreneur van Snackspert. Love snacks gewoon. Mail me op [email protected] of stuur een berichtje via Twitter.