Ge-demo-tiveerd Ik heb wel weer genoeg gezien, denk ik4 minuten leestijd

Eigenlijk zeggen de titel en ondertitel van dit verhaal al genoeg. Ik ben geneigd om de rest van het stuk te laten voor wat het is: noodzakelijke opvulling. Dat gevoel achtervolgt me overal, zelfs tot aan de games die me op het lijf geschreven zijn. Ik hoef ze echt niet lang te spelen om er voldoening uit te halen, misschien liever niet zelfs. Een demo is al meer dan genoeg.

Meer gesproken verhalen horen? Abonneer je op onze podcast Laadscherm Voorgelezen

Ik dacht altijd dat ik te kritisch was, dusdanig dat ik in bijna iedere game wel iets vond om me zo aan te ergeren dat ik niet meer verder wilde spelen. Maar dat is het niet, denk ik. Ik ben eerder zowel verwend als snel tevreden. Na een minuut weet ik al of iets fijn speelt en na een uur of twee is ook wel duidelijk of het verhaal en de wereld me liggen. Tenzij een spel me voortdurend weet te verrassen, heb ik daarna toch vooral een herhaling van zetten in het vooruitzicht.

Dat is voor mij vaak het ideale moment om af te haken en iets anders op te starten. Ik weet wel hoe dat zo gegroeid is. Heel vroeger had ik een NES en een Game Boy, maar de jaren erna stond in de huiskamer alleen een pc. Pas bij de GameCube, de eerste console die ik van mijn eigen (zak)geld kocht, stapte ik weer in. In de tussentijd speelde ik alleen pc-games. Of nee, ik speelde alleen demo’s.

All you can play

Toen ik pas weer bij mijn ouders was, zag ik op mijn oude kamer een cd-rom liggen. ‘De 100 beste adventuregames!!!!’, stond er ietwat misleidend op het hoesje. Zo had ik nog wel twintig dubbel-cd’s, vol met klassiekers als Worms, Rayman, Jazz Jackrabbit, Tomb Raider, Lemmings, Earthworm Jim en mijn persoonlijke favoriet Skyroads, een obscure platformgame waarin je met een ruimteschip over gaten moest springen.

Jazz Jackrabbit.

Ik heb ze allemaal geprobeerd, maar logischerwijs nooit uitgespeeld. Ik had ook geen andere keus. Na een paar levels hield de demo op en moest ik door naar het volgende spel. Ik heb het sindsdien altijd lastig gevonden te blijven hangen in één game. Dat is alsof je altijd tientallen cadeau’s van je ouders hebt gekregen, maar dit jaar ‘slechts’ eentje, zij het een hele grote. Probeer dan maar eens tevreden te zijn. Op zo’n moment lijk je voor de buitenwereld, en dan met name je ouders, misschien een ondankbaar stuk vreten. Of op zijn minst veel te jong om de haken en ogen van het materialisme als filosofische stroming te beseffen.

Inpakpapier

Ik zie het toch net wat anders. Voor mij draait het juist om de anticipatie, van de eerste realisatie dat je een cadeau krijgt tot aan het openscheuren van ’t inpakpapier. Misschien nog wel meer dan om wat ik daadwerkelijk krijg, want ik ben absoluut niet materialistisch.

Skyroads.

In games is dat net zo. Een goed titelscherm, het maken van een personage, de eerste keer dat je een stadje binnenloopt in een rpg. Ik ga daar bijzonder goed op, veel beter dan op de daadwerkelijke kern van een spel: missies doen, tal van spullen vergaren, alle extra’s vrijspelen, et cetera. Om dezelfde reden kan ik alleen de eerste Lord of the Rings-film opnieuw kijken.

Daarin staat alles nog in het teken van expositie. Belangrijke personages worden rustig voorgesteld en de geschetste wereld krijgt alle aandacht die het nodig heeft om echt te gaan leven. De overige twee films van de trilogie richten zich op de confrontatie en onvermijdelijke afwikkeling, maar tegen die tijd stop ik liever gewoon met kijken. Iets met een handdoek en een ring. Ik zou geld neerleggen voor een speciale editie waarin alle veldslagen er vakkundig uit zijn geknipt.

Rayman.

Expositie exposed

Ik heb de afgelopen jaren talloze games vroegtijdig weggelegd. Ik vond ze geweldig, tot het me plotseling niets meer deed en ik begon uit te kijken naar een nieuw spel. Dat moment valt vaak samen met de eerste keer dat ik game-over ga en een stuk opnieuw moet doen. Een herhaling van zetten, of anders gezegd het opnieuw indrukken van knoppen. Vanaf dat moment voelt het alsof de expositie definitief voorbij is.

Zelfs in World of Warcraft, dat ik honderden zo niet duizenden uren heb gespeeld, maakte ik voortdurend nieuwe personages aan. Op die manier kon ik de game weer op een nieuwe manier beleven, via andere gebieden en quests. De gangbare opvatting is dat zulke spellen pas ‘echt’ beginnen als je het maximale level hebt bereikt, maar voor mij is een game tegen die tijd wel over. De beste loot hoef ik toch niet als er geen leuk inpakpapier omheen zit.

Eigenlijk ben ik nog steeds die verwende jongen van vroeger. Al betaal ik tegenwoordig de volle prijs voor iedere game, of ik het nu als een demo speel of niet. Ik zie het maar als cadeautjes aan mezelf.

Eindredacteur bij Laadscherm en co-host van Praatscherm. Ook freelance journalist. Ik schrijf over waarom mensen gamen en zoek uit waarom ik dat zelf niet zo vaak meer doe. Mail me of stuur een berichtje via Twitter.