Op zoek naar mijn jeugd op Nostalrius De nostalgiebril gesloopt6 minuten leestijd

Vanaf de lancering in 2004 tot aan de derde uitbreiding in 2010 heeft mijn World of Warcraft-abonnement slechts sporadisch stilgestaan. Jarenlang verdedigde ik Azeroth tegen tal van demonen en draken. Ik hing dagen rond in Goldshire, verhandelde duizenden kruiden en mineralen op de Auction House in Orgrimmar en verzamelde honderden wapens. En dat mis ik.

Meer gesproken verhalen horen? Abonneer je op onze podcast Laadscherm Voorgelezen

Ik mis niet zozeer het spelen van World of Warcraft; dat heb ik tot nu toe met alle uitbreidingen (er zijn er inmiddels zes) minimaal een paar weken na iedere lancering gedaan. Maar dat gevoel dat er vroeger was, dat mis ik. Dat onbeschrijfelijke gevoel dat je kreeg als je het inlogscherm van World of Warcraft opstartte, je personage uitkoos en die mythische wereld betrad. Het samenwerken met vrienden, zowel uit het echte leven als van wie ik enkel hun in-game personage kende. En het overwinnen van knettermoeilijke uitdagingen in de 10-, 25- of 40-man raids en het niet precies weten wat er achter de volgende heuvel lag. Dat mis ik.

Daarin ben ik niet de enige. De online community rond de zogeheten ‘private servers’ – gratis toegankelijke servers waarop oude versies van de game draaien – is de laatste jaren enorm opgebloeid. Vorig jaar haalde één server zelfs het internationale gamenieuws; Nostalrius was waarschijnlijk de populairste in zijn soort maar werd desondanks (of misschien wel daardoor) door Blizzard gesommeerd alle werkzaamheden te staken.

Honderdduizenden spelers die verlangden naar het World of Warcraft van vroeger verloren hun nieuwe thuis, totdat een andere private server genaamd Elysium onlangs alle gegevens terughaalde. Zij herstelden de Nostalrius servers in hun oude glorie, inclusief alle personages die spelers destijds hadden gemaakt.

In mijn zoektocht naar dat gevoel van vroeger besloot ik onlangs ook een account aan te maken op Elysium. Registreren en downloaden is simpel zat en afhankelijk van je downloadsnelheid kan je binnen een uur aan de slag. Ik maakte een Orc Hunter en begon aan mijn reis door Durotar. Ik leerde direct een waardevolle les: World of Warcraft was vroeger best pittig.

Tobias het Zwijn

Ik had geen gear en tot level 10 geen dier om mij te helpen (een belangrijk wapen in het arsenaal van een Hunter). Bijna elk gevecht kostte mij minstens de helft van mijn eigen levenspunten en een gevecht tegen twee tegenstanders tegelijk was meestal een reden om het op een lopen te zetten. Daarnaast zijn de quests die je moet doen ontzettend beroerd ingedeeld, waardoor je vaak enorme afstanden heen en weer moet lopen om één simpele taak uit te voeren.

Het kostte mij een dikke 4 uur om naar level 10 te komen. In die 4 uur was ik minstens 8 keer doodgegaan, had ik 3 keer een groep aangemaakt om een quest samen met andere spelers op te lossen (omdat het mij in m’n eentje niet lukte) en hield ik uiteindelijk slechts 10 silver in m’n piepkleine rugzakje over. Toen ik nog eens drie keer Durotar had doorkruist om mijn Hunter Quest af te ronden kon ik eindelijk een eigen dier temmen. Ik koos een zwijn, noemde hem Tobias en dacht dat al mijn problemen toen opgelost waren.

Een Hunter in het oude WoW moet zijn dier echter tevreden houden met voedsel en dus vrat Tobias door mijn volledige proviandvoorraad heen. Hij was echter nog steeds niet tevreden en ging er te pas en te onpas vandoor om meer vijanden aan te vallen wanneer ik zelf al op het randje van de dood balanceerde. Nog eens een dikke anderhalf uur later was ik slechts 1 level opgeschoten, Tobias was nog steeds hongerig en chagrijnig, mijn gear was kapot en ik was platzak. Ik gaf het op.

Te moeilijk?

Nu denk je misschien dat ik het opgaf omdat Vanilla WoW te moeilijk voor mij was geworden. Maar dat is het probleem niet. Sterker nog, ik vond het fantastisch. Fantastisch en verschrikkelijk. Want om mij heen liepen tientallen andere spelers met hetzelfde probleem. Rond moeilijk begaanbare punten ontstonden vanzelf groepen spelers die elkaar hielpen. Een level 60 mage kwam zijn level 8 vriend helpen met de Troll Zalazane en hij gaf ons allemaal wat eten en drinken. Ik speelde in die 4 uur in totaal samen met meer dan 10 verschillende spelers, waarvan één mij direct uitnodigde voor zijn guild. In de nieuwe uitbreiding op de officiële servers speelde ik van level 100 tot 110 samen met precies niemand.

“You there! Check out that noise!”

Nee, het was iets anders dat mij deed besluiten te stoppen. Een knagend gevoel in mijn achterhoofd dat er al zat vanaf de eerste quest die mijn Orc inleverde in de Valley of Trials. Waarom doe ik dit? Ja, om dat gevoel terug te krijgen van toen. Die uren die ik in Goldshire doorbracht met Kruimeldief de Paladin en Mizuti de Druid. Die talloze keren dat ik Mr. Smite “You there! Check out that noise!” heb horen roepen in de Deadmines. De frustrerende keren dat ik verdwaald was in Lower Blackrock Spire of de kronkelende gangen van de Wailing Caverns.

Ik realiseerde mij dat niks dat meer terug kan brengen. Natuurlijk, al die content is er nog op Nostalrius. Maar mijn vrienden van toen zijn daar niet meer en ik ben er ook niet meer. Althans, niet de versie van mijzelf die ik toen was.

Ik was 15 of 16, zat op de middelbare school in Lisse (of all places) en later op de Hogeschool van Amsterdam en mijn leven bestond verder uit een beetje werken, uitgaan, sporten, een vriendinnetje en World of Warcraft. Ik had een redelijk strak schema voor mezelf welke uren ik waarvoor indeelde en dat werkte. Ik haalde tijdens uitbreiding Wrath of the Lich King de propedeuse van mijn HBO in één jaar, terwijl ik tussendoor mijn guild hielp aan hun eerste Ulduar clear. Het kostte mij elke week m’n volledige maandag- en woensdagavond, maar het was het waard.

Interactief museum

Als je full-time werkt en samenwoont dan ga je niet meer hele dagen of nachten World of Warcraft spelen. Ben je gek, je hebt wel wat beters te doen! Misschien dat ik met kortere speelsessie op de lange termijn alsnog wel level 60 kan worden op Elysium, maar wat dan? Ga ik dan een guild zoeken en drie avonden per week Molten Core raiden? Ik moet er niet aan denken.

Zo’n private server is daarom voor mij vooral een interactief museum. Het is vrij letterlijk een digitale wandeling door mijn jeugd. Ik loop weer even door Orgrimmar en Stormwind, luister naar de opgewekte muziek in de Lion’s Pride Inn, doe mee in de beruchte Barrens Chat, waar men nog steeds op zoek is naar Mankrik’s Wife. Het zijn bitterzoete herinneringen maar ze zijn op Nostalrius niet veel tastbaarder dan een fotoalbum of zo’n wazige thuisvideo die je vader vroeger maakte tijdens kerstavond.

Deel dit verhaal:

Overdag is hij contentmanager, maar 's avonds... Schrijft al z'n halve leven over games en vindt dat nog steeds leuk. Liefdesbrieven via thijsk@laadscherm.nl of slide die DM's in op Twitter.