Mijn vader heeft game-geschiedenis geschreven En ik leefde in het land der onwetenden12 minuten leestijd

Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 12 was, en door een samenloop van omstandigheden heb ik pas de afgelopen jaren weer wat meer contact met mijn vader. Wanneer we elkaar spreken, kiezen we onze gespreksonderwerpen vrij zorgvuldig. De keus valt vrijwel altijd binnen het spectrum van onze gedeelde passie voor technologie en wetenschap. Zo heeft hij me recentelijk geleerd hoe entropie zwaartekracht veroorzaakt, en speculeren we gretig over het samenkomen van mens en machine op een moment dat de Singulariteit heet. Onze gesprekken zijn altijd diepgaand en leerzaam, maar games komen niet vaak aan bod. Ik realiseer me nu dat dit een gemiste kans is.

Meer gesproken verhalen horen? Abonneer je op onze podcast Laadscherm Voorgelezen

Videopac G7000

Toen ik 23 werd, landde er een grote kartonnen doos op mijn deurmat. Het was een cadeau van mijn vader, Jon Shuttleworth. In de doos vond ik een Philips Videopac G7000, een obscuur klinkende spelcomputer uit 1978. ”Ik heb hieraan gewerkt bij Philips, zoals ik je heb verteld, en ik dacht dat je het wel leuk zou vinden om er kennis mee te maken”, staat me bij dat Jon uitlegt.

Hoe de Videopac aan moest was een raadsel voor me. Mijn eerste consoles gebruikten al simpele SCART-kabels om ze aan te sluiten op de televisie. Deze spelcomputer, die een enorm, drukgevoelig toetsenbord heeft, moet aangesloten worden op een tv door middel van een coaxkabel die vastzit aan het apparaat. De Videopac heeft geen aan- en uitknop en er moet een cartridge in worden gestopt voordat het ding überhaupt op input reageert.

Videopac G7000
De Videopac G7000 die ik van Jon heb gekregen, met een stapel games.

Ondanks dat Jon het apparaat vooraf succesvol heeft getest, krijg ik de G7000 niet aan de praat. Na een korte periode stof te hebben gevangen op mijn vensterbank, verdwijnt de Videopac in een doos om vergeten te worden. Maar gelukkig niet voor lang.

Odyssey

Toen ik in 2014 verhuisde, ging de Videopac natuurlijk mee. Hij verdween niet in ons aparte berghok, maar in de opslagkast waar ook de wasmachine staat. Bij elke was die ik draaide zag ik de G7000 weer, samen met tien onaangeraakte cartridges. De nieuwsgierigheid werd me aan het begin van de zomer van 2017 te veel, en het stoffige apparaat belandde opnieuw voor mijn tv, in de hoop dat ik ‘m dit keer wel werkend zou krijgen.

Na een aantal uur sleutelen en online zoeken naar oplossingen, zonk de moed me weer in de schoenen. Ik zette mijn trots opzij en klopte bij Jon aan voor hulp. Ik wist op dat moment nog steeds vrij weinig over Videopac en wat Jon er nou precies aan had bijgedragen. “Het is 40 jaar geleden”, antwoordde Jon. “Heel veel weet ik er niet meer van, maar ik heb ergens nog een link naar een artikel over mij”.

De verpakking van de Videopac G7000.
De verpakking van de Videopac G7000. Bron: www.the-nextlevel.com/odyssey2/

Jon verwees naar een interview met hem uit 2001, op een website die volledig gewijd is aan de Magnavox Odyssey2, een spelcomputer uit eind jaren 70. De Odyssey2 is de opvolger van de Magnavox Odyssey, ‘s werelds eerste commercieel verhandelde spelcomputer, ontwikkeld door Ralph Baer. Door zijn bijdragen aan de game-industrie wordt Baer ook wel ‘de geestelijk vader van videogames’ genoemd.

Wat heeft dit te maken met de Philips Videopac G7000? Nou, alles. Magnavox is een dochterbedrijf van Philips en de Videopac G7000 is de Magnavox Odyssey2, herontwikkeld voor de zogeheten PAL-gebieden. Sterker nog, Jon heeft de G7000 met maar één andere collega ontwikkeld voor Europa, allemaal vanuit het kantoor van Philips in Eindhoven en dat van Magnavox in Fort Wayne, Indiana. Dit betekent dat mijn vader de opvolger van de eerste commercieel verkochte spelcomputer ooit heeft ontwikkeld, voor de Europese markt. Holy shit.


Jon heeft nooit veel gesproken over die tijd bij Philips, en bij doorvragen over dit onderwerp was hij ietwat terughoudend. Het is voor hem te lang geleden om zich nog veel te herinneren, dus moest ik mijn informatie elders vinden. Waarom zou ik niet willen weten hoe het was om aan een spelcomputer te werken, toen er überhaupt nauwelijks mensen in de game-industrie actief waren? Misschien dat ik iets over Jon kon leren dat ik nog niet wist. En heel misschien, vindt hij het leuk om die herinneringen weer op te rakelen, samen met mij.

“Digital Jon”

Eerdergenoemd interview bleek een leerzaam startpunt voor mijn onderzoek naar dit verhulde verleden. Zo vertelt Jon hoe hij aan de spelcomputer kwam te werken. “Ik werkte aan tv-ontvangers [voor Philips] in 1975, en had het gekke idee dat je microprocessoren in consumentenelektronica kan gebruiken. Iedereen dacht dat ik gek was, dus ik wilde mezelf bewijzen.” Jon legt uit hoe hij met een microprocessor een besturingssysteem maakte en het spel Vier op een Rij ontwikkelde voor televisies, “tijdens de uren van de baas, zonder dat hij het doorhad”. Later licht Jon toe dat hij Vier op een Rij in binaire code heeft ontwikkeld; puur en alleen met nullen en enen.

Luchtfoto Strijp-S, Eindhoven, 1979.
Een luchtfoto uit 1979 van Strijp-S; het Philips-terrein waar Jon toen werkzaam was. Omstreept zijn links de commerciële afdeling en rechts een technische divisie. “We vervoerden vaak apparatuur over en weer tussen de panden via die loopbrug”, vertelt Jon. Foto door Hans Aarts – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, Link.

“Plotseling was ik de superexpert op het gebied van microprocessorapplicaties. Ze gingen me ‘Digital Jon’ noemen. Daarna ontwikkelde ik de eerste commercieel verhandelde televisie die draaide op microprocessoren.” Dit was de katalysator die hem uiteindelijk naar het Videopac-project dreef. “Rond deze tijd gaf ik een presentatie over alternatieve manieren om tv’s te gebruiken, zoals voor games en onderwijs. Plotseling werd ik overgeplaatst naar de commerciële afdeling, om videogames op te starten in Europa [voor Philips].”

Niet alleen

Wat volgde was een driftige zoektocht naar meer informatie. Jons navertelling van de gebeurtenissen is namelijk de enige en staat alleen op die ene website. Ik begon bij Philips, maar zij konden me niet helpen. “Personeelsdossiers worden niet bewaard in verband met wettelijke regelingen wat betreft privacy. […] Interne archiefdocumenten worden door ons principieel niet ter beschikking gesteld om te worden gepubliceerd op een externe website”, aldus een woordvoerder van Philips. Prima, dat viel te verwachten.

Vervolgens probeerde ik Magnavox en de interviewer die Jon sprak te bereiken. Magnavox vond ik via Facebook. Het bedrijf vroeg of ik mijn e-mailadres wilde sturen, zodat een medewerker contact met me kan opnemen. Na weken radiostilte wacht ik nog altijd op een reactie. De interviewer van ClassicGaming.com heb ik helaas niet gevonden.

Mijn zoektocht verliep moeizaam, maar er was één cruciale naam waar ik overheen had gelezen. “Ik [ontwikkelde de Videopac G7000] met iemand anders, genaamd Dolf van der Paauw…”, zegt Jon in het interview. Ik kon me geen betere bron voorstellen, en na wat licht speurwerk vond ik hem via Facebook.

Het juiste adres

“Je bent aan het juiste adres!”, las ik in mijn notificaties, nog geen vijf uur na mijn chatverzoek. “Het Videopac G7000-verhaal is het meest opwindende gedeelte van mijn lange Philips-loopbaan en hierin speelt jouw vader een belangrijke rol”, schrijft Dolf van der Paauw. Dolf is inmiddels 80, maar herinnert zich die periode bij Philips nog goed. “Er valt hier het nodige over te vertellen en dat doe ik graag”. Ik maakte ondertussen een pirouetje van geluk. Nadat we een paar weken berichten over en weer stuurden, was het tijd voor een Skype-gesprek.

Een Nederlandse reclame uit 1979 voor de Philips Videopac.


Na een korte introductieronde dook Dolf er gelijk in. “Philips was [40 jaar geleden] heel anders dan nu”, legt hij uit. “Het belangrijkste product voor Philips was toen televisie en het bedrijf zag toekomst in videorecording. Voordat we aan de Videopac werkten, zaten Jon en ik in het videoteam; het spreekwoordelijke Ajax van Philips”, vertelt Dolf met een grote glimlach.

Acquisitie en patenten

De totstandkoming van de Videopac begon toen Philips in 1974 Magnavox kocht. “Magnavox was voornamelijk een televisiefabrikant. Philips kocht het bedrijf natuurlijk om zijn marktaandeel in televisies in Amerika te vergroten, maar naast televisies had Magnavox ook de Odyssey-spelcomputer.” Magnavox had een machtspositie in de game-industrie dankzij de Odyssey en bezat essentiële patenten die elke aspirerende spelcomputerfabrikant nodig had. “Onwaarschijnlijke patenten, als je er even over nadenkt”, vertelt Dolf.

Het voormalige pand van Magnavox in Fort Wayne, Indiana, waar Jon en Dolf naar eigen zeggen vaak waren namens Philips.

“Hierdoor moest elk bedrijf dat in videogames wilde werken toegang tot die patenten kopen, wat Magnavox veel geld opleverde. Dat trok natuurlijk de aandacht van de leiding [van Philips] in Eindhoven”. Zo kwamen games en spelcomputers onder de aandacht van Philips, maar volgens Dolf is dat niet de belangrijkste motivatie geweest voor het bedrijf om het Videopac-project in gang te zetten. “Philips was geïnteresseerd in een consumentenproduct op het gebied van computers, een home-computer. Ik kreeg de opdracht uit te zoeken hoe zo’n ding eruit zou moeten zien en wat voor functie het zou hebben in een huishouden. Dat is waar het allemaal mee begon.”

Paauw & Shuttleworth

Dit is waar de verhalen van Jon en Dolf samenkomen. Het was 1976 en Dolf had geen collega’s om dieper mee in zijn opdracht te duiken. “Ik zocht dus medestanders en toen vond ik jouw vader, die zeer geïnteresseerd was in het onderwerp.” Dolf vertelt dat hij gelijk een klik had met Jon, omdat de “toekomst van computers en de rol daarvan in de samenleving” hem enorm bezighield. “Ik herinner me dat we samen op Schiphol stonden om in te checken, toen Jon zei “over een tijdje hoeft dit niet meer, dan doen we dat gewoon thuis, via een computer”. Nu ik er weer aan terugdenk blijft dat ontzettend leuk, want we hebben op meerdere vlakken gelijk gekregen.”

“We konden het heel goed met elkaar vinden”, benadrukt Dolf. Vervolgens verdwijnt hij even uit het zicht van zijn webcam om iets te pakken: de Videopac G7000. “Als je het ding nu ziet, denk je al gauw ‘een spelcomputer met een toetsenbord?!’. De bedoeling was natuurlijk dat we een home-computer maakten, dus het had een toetsenbord. Maar wij dachten na over dit probleem toen er nog geen internet was, geen e-mail, niets. Wat er wel was, waren games.”

Games als middel

Dolf pakt één van de Videopac-cartridges erbij en houdt deze voor zich. “Dit was nou typisch een voorbeeld van een idee van Jon, die potentie zag in software als handelswaar”. Volgens Dolf wilde iemand hogerop bij Philips dat de Videopac met vijf á zes ingebouwde games gemaakt werd. Het spel dat je wilde spelen koos je dan met een speciale schakelaar. “Nou, die man had het duidelijk niet door! Atari, onze grote concurrent destijds, had [verwisselbare cartridges] ook gauw overgenomen.”

De Videopac is voor Philips nooit de beoogde springplank naar de pc-markt geworden. “Alles week voor videorecording, waardoor al het andere naar de achtergrond verdween. Het begon bij Magnavox dat zich terugtrok, omdat ze in de gaten kregen dat ze meer verdienden aan hun patenten dan aan het product. Dat betekende dat Philips het hele zaakje moest overnemen, waar men van schrok. Daarom is er ook nooit een volwaardige opvolger geweest.”

Mooie herinneringen

Het project was geen succes in de ogen van Philips, maar Dolf blijft herhalen dat het veel voor hem betekend heeft. “Er gebeurde echt enorm veel en de markt veranderde voor onze neus. Ik denk er met enorm veel plezier aan terug”, zegt hij. “Samenwerken met Jon was ontzettend goed. Eigenlijk was het ook een hele rare constructie, want we vonden elkaar toevallig en we begonnen maar gewoon.”

Toen ik Jon eindelijk hierover sprak, was dat het eerste waar hij over begon. “Dat het Videopac-project überhaupt van de grond is gekomen is een klein wonder. Dolf en ik hadden niet echt iets met videogames, maar wel met de potentie van de software en hardware. Als Dolf op een andere computertoepassing was gezet, en mij erbij had gehaald, zouden we geen omkijken hebben gehad naar games.”

Jon bevestigt dat de korte levensduur van videogames binnen Philips vooral bij de aspiraties van het bedrijf lag. “Omdat het geen videorecording of televisie was, was het volgens Philips gefaald, ondanks het commerciële succes.” Jon en Dolf hebben naar eigen zeggen gevochten om het apparaat met verlies te verkopen, om de meeste winst te boeken op de software. Dat was toen ongewoon, maar tegenwoordig de norm bij vrijwel elke spelcomputer die nog in het begin van zijn levensfase zit.

Toen en nu

Jon en Dolf zijn in 1980 allebei aan andere projecten gaan werken bij Philips, wat de G7000 hun eerste en laatste aanraking met de game-industrie maakte. Jon kijkt tegenwoordig anders tegen software-ontwikkeling aan. “Een cartridge van de Videopac G7000 had ongeveer vier kilobyte geheugen, en een beetje spel maakte daar volledig gebruik van. Tegenwoordig heeft consumentenelektronica zo veel geheugen, dat men er soms slordig mee omgaat. Elke bit telde toen, en je moest de werking van het apparaat door en door kennen om iets werkzaam te krijgen. Dat is niet meer zo.”

Videopac G7000 games
Een paar van de games die ik bij mijn Videopac G7000 kreeg, maar tot op heden nog niet heb kunnen spelen.

Hij is slechts een paar jaar jonger dan Dolf, maar de werking van technologie doorgronden is tot op de dag van vandaag onlosmakelijk met hem verbonden. “Kev, als het moment aanbreekt dat ik iets nieuws zie langskomen waarvan ik niet begrijp hoe het werkt, is het tijd om me in een tehuis te stoppen”, grapt Jon. Gelukkig is dat nog niet gebeurd. “Overigens hoop ik Dolf nog eens te ontmoeten binnenkort.” voegt Jon toe. Ze hebben elkaar ongeveer 35 jaar geleden voor het laatst gesproken.

Geschiedenis

Aan het eind van het gesprek met Dolf vraagt hij of de Videopac wel interessant genoeg is om op Laadscherm te bespreken. “Games en de Videopac waren middelen voor Philips om een ander doel te bereiken.” Kortom: het ging niet om de games. Ik beantwoord zijn vraag met een volmondig ‘ja’. Philips zag de Videopac als een manier om de pc-markt te betreden, ik gebruik het apparaat om mijn vader een beetje beter te leren kennen. Misschien ontmoeten Jon en Dolf elkaar nog eens in de toekomst. Hun geschiedenis samen is bij dezen alvast verteld.

Deel dit verhaal: